
In sessie vijf staat partnerschap centraal. Partnerschap binnen en buiten de school. Tussen mensen, maar ook tussen mensen en dingen. In mijn eigen werk dringt het posthumanistisch denken de laatste jaren voorzichtig binnen: het idee dat niet alleen mensen handelen, maar dat ook materialen, ruimtes en objecten mede vormgeven aan wat er gebeurt.
Ter voorbereiding op deze sessie denken cursisten na over een casus die verband houdt met hun innovatie. Ze schrijven er enkele regels over. Tijdens de lesdag – die eerder een werkplaats is dan een hoorcollege – zetten ze hun casus neer met poppetjes en legoblokken. Deze keer liet ik me inspireren door het textielwerk waar ik ook mee bezig ben. Naast de gebruikelijke materialen nam ik pijpenragers, vilt, schuursponsjes, garens en spelden mee.
Er wordt geknipt, gebouwd, geschoven en verbonden.
Als snel ontstaan er kleine taferelen van scholen: tafels met spanningen, verbindingen tussen mensen, obstakels, steunpunten. Dingen die in woorden vaak abstract blijven, kregen een plaats in de ruimte. Als het bouwwerk staat, vraag ik de cursisten om drie kleine dingen te veranderen. Niet groot. Juist klein.
En daar ontstaat meestal het inzicht.

In een opstelling praat je niet alleen over een situatie, je staat er ook middenin. Je kijkt ernaar, loopt eromheen, verandert iets en ziet meteen wat dat doet met het geheel. Er ontstaat een gedeeld beeld van waaruit je kunt denken. Dat is wezenlijk anders dan praten alleen.
Een cursist vertelde dat ze pas tijdens de opleiding ontdekte dat ze een beelddenker is. Ze ging er altijd van uit dat anderen haar beelden ook zagen wanneer ze sprak. Dat bleek niet zo te zijn.
Dat herken ik.
Zelf ontdekte ik het pas laat. Tijdens mijn afscheid bij Het ABC deed mijn toenmalige directeur mij na. Ze stond op het podium wild te tekenen op een flipover. Mijn eerste gedachte was: oh, doet niet iedereen dat zo? Vanaf dat moment begon ik er bewuster naar te kijken. Naar de rol van beelden in denken en samenwerken. Naar wat er gebeurt wanneer handen mogen meedoen. Materialen blijken dan geen hulpmiddelen meer, maar medespelers. Een draad kan verbinden, een blok kan blokkeren, een sponsje kan onverwacht steun bieden. De dingen helpen het denken op gang. Ze maken nuances zichtbaar die in woorden vaak verdwijnen.
En soms blijkt een kleine verschuiving genoeg om het hele beeld te veranderen. Dat hebben we donderdag opnieuw ervaren.